Mens in Dialoog blog

09/04/2013

U model van Scharmer, maar dan anders

Afgelopen week heb ik een 4-daagse seminar “de moed om te creëren” gevolgd als aansluiting op de opleiding dialoogprocesbegeleider. In deze bijeenkomst werd veel aandacht besteed aan het U-proces van Otto Scharmer, omdat hij in dit model een fase heeft van creatie. Tijdens deze dagen ben ik heel anders over dit, vooral in West Europa populaire, U-model gaan denken. Allereerst even kort wat het U-model is en dit beschrijft Cynthia van der Zwan (associate partner bij Holland Consulting Group) mooi in “de essentie van het U-model”.

Theory U beschrijft een proces om tot fundamentele verandering te komen. De letter U laat daarmee de weg zien waarlangs die verandering gestalte krijgt. Eerst ‘de diepte in’ om vervolgens met behulp van deze inzichten stapje voor stapje tot actie over te gaan. Het gaat er in de kern om onbewuste en onzichtbare informatie bewust en zichtbaar te maken. Om vervolgens deze informatie te kunnen gebruiken in het proces van veranderen. Dit kan bereikt worden door een andere manier van kijken, communiceren en handelen. Otto Scharmer beschrijft dit in zijn boek Theory U als het waarnemen, voelen en handelen met een ‘open mind, open heart en open will’.

In het proces van Theory U doorloop je als individu, team of organisatie vijf verschillende fasen: seeing, sensing, presencing, crystallizing en prototyping.

De ‘seeing’ fase beschrijft het proces van het kijken met frisse, open blik aan het begin van een veranderproces. Dit in tegenstelling tot het downloaden vanuit oude patronen en schema’s, wat vaak gebeurt wanneer men geconfronteerd wordt met nieuwe situaties en vraagstukken. In de tweede fase, die van ‘sensing’ , gaat het om het contact maken met een diepere laag in jezelf, om zo op een andere manier (vanuit een open hart) verbinding te maken met anderen. De fase van ‘presencing’ is gericht op het contact maken met dat wat er is én wat er mogelijk is in de toekomst. In de fase van ‘crystallizing’ is het de kunst om die mogelijke toekomst verder te verbeelden. Het vormgeven aan de inzichten en ideeën die in de vorige fase zijn ontstaan, vormt hier de kern. Bij de laatste fase, die van ‘prototyping’, gaat het erom de ideeën om te zetten in voorzichtige, eerste acties.

Waar ik in het werken met de U (om het zo maar te noemen) tegenaan loop is het weer in vakjes delen van een proces. Het ontneemt me de vrijheid om tijdens dat proces even van het pad te gaan en dat is wat mijn geest af en toe doet. Soms ten nadele van het creatieve proces, maar zeker net zo vaak ten gunste van het creatieve proces. Ik herken me in de kritische boekbespreking: “Theorie U” van C. O. Scharmer door Erik Boers ( http://www.hetnieuwetrivium.nl/index.php?id=145) waarin hij schrijft:”Twijfels en afwijkende intuïties maken het proces natuurlijk niet  eenvoudiger. Zonder eenduidige interpretatie van de werkelijkheid is het lastig  om daadkrachtig op te treden. En voor je het weet raken de deelnemers (en de begeleider) ongeduldig. Het verleden heeft ons echter geleerd dat het leven minder eenvoudig is dan het in eerste instantie lijkt. Acceptatie van die meerduiding lijkt me van cruciaal belang voor een dialoog waarin je samen denkend tot zorgvuldige besluiten (of creatie) wilt komen”. Deze meerduidigheid (hoe je iets duidt) zie ik terug in mijn soms afdwalen van het voorgelegde U proces. Het is de vrijheid van denken die ik nodig heb om überhaupt tot creativiteit te komen. Wanneer ik afwijk van waar de groep mee bezig is ervaar ik snel dat de zo belangrijke gelijkwaardigheid verdwijnt of in ieder geval minder wordt. Ik ben me bewust dat modellen, methodieken, etc. richtlijnen zijn, maar mijn ervaring is dat ze snel vervallen tot paden die je dient te bewandelen om tot succes te komen.

Verder schrijft Boers, en dat komt nog dichter in de buurt bij wat ik bedoel: “Deze ongelijkwaardigheid staat naar mijn idee haaks op de doelstelling van een
open dialoog, waarin deelnemers de veelzijdigheid van de werkelijkheid pogen
bloot te leggen en zich daarmee leren verstaan. Ieders duiding telt daarin, hoe afwijkend ook”. En ik lees daarin dus ook; hoe afwijkend van de U-gang.

Wat ik zou voorstaan is om de U eens uit te proberen in een gebouw dat de U representeerd. Een gebouw met aaneengeschakelde ruimten waarin je letterlijk afspreek de fasen van het U-model uit te voeren. Met die uitzondering, dat wanneer je blijft zitten in een fase dat je daar ook blijft, maar wanneer je plots de ingevingen krijgt tot creatie dat je dan doorgaat naar de ruimten van kristallisatie en het maken van prototypes. Een gebouw als hieronder bijvoorbeeld.

Als we daarnaast ook uitgenodigd worden af te stappen van de Engelse benamingen en, voor ons bijeenkomen, meer treffende termen uitkiezen (zoals onderstaand voorbeeld-klik er op voor vergroting) dan denk ik dat het creatieve proces spontaner wordt, meer levend en wellicht ook met meer creatieve verbindingen en uitkomsten.Dus wel de U van Otto, maar dan even iets anders.

Als laatste nog een klein stukje tekst uit de boekbespreking dat aantipt dat sturing, voor je er erg in hebt, maakt dat er meer volgers bezig zijn dan creatieve geesten.

“Jullie lijken het er allemaal over eens te zijn dat het huidige systeem op de niveaus 1 en 2 [reparatie en therapie] opereert, terwijl jullie het er ook over eens zijn dat het toekomstige systeem naar een werkwijze vanuit de niveaus 3 en 4 [reflectie en zelftransformatie] zou moeten verschuiven. De vraag rijst (?) dus wat jullie ervan weerhoudt die verschuiving te bewerkstelligen, aangezien jullie allemaal deel uitmaken van het huidige systeem en daar kennelijk niet echt tevreden over zijn. Tenslotte zijn jullie het systeem.” (p. 186)

Het boek vervolgt met:

“Toen kon je een speld horen vallen en kwam er een ander soort gesprek op gang. De aanwezigen begonnen doordachter en aandachtiger hun eigen opstelling en die van anderen ter discussie te stellen. … Nu spraken ze directer en beschouwelijker met elkaar.”

Ik wil hier met name stil staan bij veronderstellingen die schuil gaan achter de vraag:

“Wat weerhoudt jullie om die verschuiving te bewerkstelligen?”

Taalkundig is dit een ‘open vraag’, want je kunt niet met “ja” of “nee” antwoorden. Maar begripsmatig worden er heel wat denkrichtingen afgesloten. Want deze vraag veronderstelt: Dat er iets gedaan moet worden. Dat er door ons iets gedaan moet worden. Dat er een verschuiving nodig is. Dat er een verschuiving mogelijk is. Dat iets ons weerhoudt. Dat het niet goed is dat ons iets weerhoudt. Dat wij die verschuiving kunnen (en moeten) bewerkstelligen.

Met deze veronderstellingen stuurt de begeleider het denkproces stevig een bepaalde kant op. Eigenlijk wordt er voor de groep gedacht. De groep krijgt niet de gelegenheid, voelt niet de noodzaak om zelf te denken. Dat kondigde zich al aan in de voorafgaande fase, want daarin kwam niet de groep met het ijsbergmodel, maar de begeleider. Kortom er wordt niet samen nagedacht, maar de groep gaat ‘nadenken’, in de betekenis van ‘de voordenker navolgen’

 

 

Advertenties

05/03/2013

Dialoogvorm ‘the fishbowl’

bulldog-fishbowlDe “fishbowl” is  dialoogvorm die op veel manieren toe te passen is. Ik bespreek de vormen waar ik vertrouwd mee ben. Als bijvoorbeeld een mogelijkheid om een dialoog te faciliteren tussen experts, op een manier die hun kennis tentoonsteld aan anderen waardoor de kennis en het begrip over het onderwerp breder wordt. De experts zitten in een cirkel en bespreken vragen of thema’s, omringd door een grotere cirkel van luisteraars/ observanten. De binnencirkel is de plek waar gesproken wordt. In de buitencirkel wordt actief geluisterd. Wanneer men mee wil doen met het gesprek moet men zich verplaatsen naar de binnencirkel. De fishbowl wordt gebruikt als alternatief voor het traditionele debat, als vervanger van panel-discussies, om actieve deelname te bevorderen, om gevoelige onderwerpen te bespreken en om langdurige presentaties te voorkomen.

fishbowlEr zijn twee soorten fishbowls, een open en een gesloten vorm. Bij de open vorm staan er in de binnencirkel één of meerder stoelen leeg, waar mensen uit de buitencirkel plaats kunnen nemen als zij aan het gesprek deel willen nemen. Regel is dan dat er uit de bestaande binnencirkel iemand vrijwillig plaatsneemt in de buitencirkel. Zo onstaat er een hele actieve manier van converseren. De gesloten variant heeft deze mogelijkheid niet, maar wisselt één of meerder malen de samenstelling van de binnen- en de buitencirkel of de hele cirkels. Uiteraard wordt deze gesloten vorm gebruikt als alle deelnemers een redelijke kennis over het te bespreken onderwerp hebben.

Varianten op de fishbowl

– Verdeel de deelnemers in twee groepen . Ieder groep bereidt vragen voor die besproken gaan worden door de andere groep in de binnencirkel. Wissel daarna van cirkel en laat de nieuwe binnencirkelgroep de andere vragen behandelen.

– Een feedback-fishbowl is een variant die systematisch de interactie tussen de beide cirkels bevordert. De ‘fish”(het gesprek in het midden) duurt 15 minuten. Daarna draaien de mensen in de binnencirkel hun stoel om zodat zij de mensen van de buitencirkel aankijken. Dan krijgt de binnencirkel feedback, waarna er weer teruggedraaid wordt en het gesprek verder gaat. Na het tweede kwartier wisselen de cirkels en herhaalt het proces zich.

fishbowl– Een laatste variant is zeer geschikt bij grote groep belangstellenden. In deze vorm zijn de binnenste twee cirkels qua dynamiek hetzelfde, maar kan de buitencirkel meedenken/praten door, vaak gebruik makend van een microfoon, hun stem te laten horen. Deze vorm vraagt uiteraard om een facilitator die dit proces begeleid. De buitenste ring kan bijvoorbeeld aangeven iets te willen zeggen door te gaan staan.

In alle vormen van de fishbowl zijn er zaken waar je rekening mee moet houden. Allereerst is het belangrijk dat alle deelnemers op de hoogte zijn van de vorm en de regels. Uiteraard vergezeld van die eigenschappen die een dialogisch klimaat bevorderen, zoals beschreven in het blog over nederigheid. Sommige mensen spreken niet makkelijk in het openbaar en zullen wellicht iets gestimuleerd moeten worden. Uitgangspunt is wel dat deelnemers hun bijdrage willen leveren. Soms is het nodig om een maximale spreektijd af te spreken, om zowel het proces beter te kunnen faciliteren en om de verbaal sterke deelnemers niet de hoofdrol te laten spelen. Ook kun je het aantal wisselingen van cirkel beperken (in totaliteit en/of per persoon), zolang dit maar van te voren duidelijk afgesproken is.

Een fishbowl duurt gemiddeld 1 1/2 tot 2 uur. 10 minuten uitleg en voorbreiding, ruim een uur voor de fishbowl en ruim 20 minuten voor de verzameling van uitkomsten, die tijdens de fishbowl op grote flappen worden bijgehouden door de facilitator.

Een voorbeeld van een fishbowl zie je op deze video.

13/12/2011

Dialoog Gemeente Bunnik een succes!

Filed under: Dialoog in gemeenten — mensindialoogblog @ 10:44

Op 12 december mocht ik een dialoogavond begeleiden in de Gemeente Bunnik tussen bewoners, politie, gemeentefunctionarissen, sportverenigingen en vooral jongeren. Groot respect voor de manier waarop vooral de jongeren deelnamen aan de dialoog. De manier waarop zij zaken bespreekbaar maakten heeft diepe indruk achtergelaten.

Uiteindelijk zijn de resultaten van de world-café meengenomen door de wethouder en krijgt eea vervolg op weg naar een ontmoetingsplaats voor jongeren waar zij, met goede afspraken, kunnen samenkomen.

Luisteren naar elkaar en vanuit dialoog spreken

Blog op WordPress.com.