Mens in Dialoog blog

09/04/2013

U model van Scharmer, maar dan anders

Afgelopen week heb ik een 4-daagse seminar “de moed om te creëren” gevolgd als aansluiting op de opleiding dialoogprocesbegeleider. In deze bijeenkomst werd veel aandacht besteed aan het U-proces van Otto Scharmer, omdat hij in dit model een fase heeft van creatie. Tijdens deze dagen ben ik heel anders over dit, vooral in West Europa populaire, U-model gaan denken. Allereerst even kort wat het U-model is en dit beschrijft Cynthia van der Zwan (associate partner bij Holland Consulting Group) mooi in “de essentie van het U-model”.

Theory U beschrijft een proces om tot fundamentele verandering te komen. De letter U laat daarmee de weg zien waarlangs die verandering gestalte krijgt. Eerst ‘de diepte in’ om vervolgens met behulp van deze inzichten stapje voor stapje tot actie over te gaan. Het gaat er in de kern om onbewuste en onzichtbare informatie bewust en zichtbaar te maken. Om vervolgens deze informatie te kunnen gebruiken in het proces van veranderen. Dit kan bereikt worden door een andere manier van kijken, communiceren en handelen. Otto Scharmer beschrijft dit in zijn boek Theory U als het waarnemen, voelen en handelen met een ‘open mind, open heart en open will’.

In het proces van Theory U doorloop je als individu, team of organisatie vijf verschillende fasen: seeing, sensing, presencing, crystallizing en prototyping.

De ‘seeing’ fase beschrijft het proces van het kijken met frisse, open blik aan het begin van een veranderproces. Dit in tegenstelling tot het downloaden vanuit oude patronen en schema’s, wat vaak gebeurt wanneer men geconfronteerd wordt met nieuwe situaties en vraagstukken. In de tweede fase, die van ‘sensing’ , gaat het om het contact maken met een diepere laag in jezelf, om zo op een andere manier (vanuit een open hart) verbinding te maken met anderen. De fase van ‘presencing’ is gericht op het contact maken met dat wat er is én wat er mogelijk is in de toekomst. In de fase van ‘crystallizing’ is het de kunst om die mogelijke toekomst verder te verbeelden. Het vormgeven aan de inzichten en ideeën die in de vorige fase zijn ontstaan, vormt hier de kern. Bij de laatste fase, die van ‘prototyping’, gaat het erom de ideeën om te zetten in voorzichtige, eerste acties.

Waar ik in het werken met de U (om het zo maar te noemen) tegenaan loop is het weer in vakjes delen van een proces. Het ontneemt me de vrijheid om tijdens dat proces even van het pad te gaan en dat is wat mijn geest af en toe doet. Soms ten nadele van het creatieve proces, maar zeker net zo vaak ten gunste van het creatieve proces. Ik herken me in de kritische boekbespreking: “Theorie U” van C. O. Scharmer door Erik Boers ( http://www.hetnieuwetrivium.nl/index.php?id=145) waarin hij schrijft:”Twijfels en afwijkende intuïties maken het proces natuurlijk niet  eenvoudiger. Zonder eenduidige interpretatie van de werkelijkheid is het lastig  om daadkrachtig op te treden. En voor je het weet raken de deelnemers (en de begeleider) ongeduldig. Het verleden heeft ons echter geleerd dat het leven minder eenvoudig is dan het in eerste instantie lijkt. Acceptatie van die meerduiding lijkt me van cruciaal belang voor een dialoog waarin je samen denkend tot zorgvuldige besluiten (of creatie) wilt komen”. Deze meerduidigheid (hoe je iets duidt) zie ik terug in mijn soms afdwalen van het voorgelegde U proces. Het is de vrijheid van denken die ik nodig heb om überhaupt tot creativiteit te komen. Wanneer ik afwijk van waar de groep mee bezig is ervaar ik snel dat de zo belangrijke gelijkwaardigheid verdwijnt of in ieder geval minder wordt. Ik ben me bewust dat modellen, methodieken, etc. richtlijnen zijn, maar mijn ervaring is dat ze snel vervallen tot paden die je dient te bewandelen om tot succes te komen.

Verder schrijft Boers, en dat komt nog dichter in de buurt bij wat ik bedoel: “Deze ongelijkwaardigheid staat naar mijn idee haaks op de doelstelling van een
open dialoog, waarin deelnemers de veelzijdigheid van de werkelijkheid pogen
bloot te leggen en zich daarmee leren verstaan. Ieders duiding telt daarin, hoe afwijkend ook”. En ik lees daarin dus ook; hoe afwijkend van de U-gang.

Wat ik zou voorstaan is om de U eens uit te proberen in een gebouw dat de U representeerd. Een gebouw met aaneengeschakelde ruimten waarin je letterlijk afspreek de fasen van het U-model uit te voeren. Met die uitzondering, dat wanneer je blijft zitten in een fase dat je daar ook blijft, maar wanneer je plots de ingevingen krijgt tot creatie dat je dan doorgaat naar de ruimten van kristallisatie en het maken van prototypes. Een gebouw als hieronder bijvoorbeeld.

Als we daarnaast ook uitgenodigd worden af te stappen van de Engelse benamingen en, voor ons bijeenkomen, meer treffende termen uitkiezen (zoals onderstaand voorbeeld-klik er op voor vergroting) dan denk ik dat het creatieve proces spontaner wordt, meer levend en wellicht ook met meer creatieve verbindingen en uitkomsten.Dus wel de U van Otto, maar dan even iets anders.

Als laatste nog een klein stukje tekst uit de boekbespreking dat aantipt dat sturing, voor je er erg in hebt, maakt dat er meer volgers bezig zijn dan creatieve geesten.

“Jullie lijken het er allemaal over eens te zijn dat het huidige systeem op de niveaus 1 en 2 [reparatie en therapie] opereert, terwijl jullie het er ook over eens zijn dat het toekomstige systeem naar een werkwijze vanuit de niveaus 3 en 4 [reflectie en zelftransformatie] zou moeten verschuiven. De vraag rijst (?) dus wat jullie ervan weerhoudt die verschuiving te bewerkstelligen, aangezien jullie allemaal deel uitmaken van het huidige systeem en daar kennelijk niet echt tevreden over zijn. Tenslotte zijn jullie het systeem.” (p. 186)

Het boek vervolgt met:

“Toen kon je een speld horen vallen en kwam er een ander soort gesprek op gang. De aanwezigen begonnen doordachter en aandachtiger hun eigen opstelling en die van anderen ter discussie te stellen. … Nu spraken ze directer en beschouwelijker met elkaar.”

Ik wil hier met name stil staan bij veronderstellingen die schuil gaan achter de vraag:

“Wat weerhoudt jullie om die verschuiving te bewerkstelligen?”

Taalkundig is dit een ‘open vraag’, want je kunt niet met “ja” of “nee” antwoorden. Maar begripsmatig worden er heel wat denkrichtingen afgesloten. Want deze vraag veronderstelt: Dat er iets gedaan moet worden. Dat er door ons iets gedaan moet worden. Dat er een verschuiving nodig is. Dat er een verschuiving mogelijk is. Dat iets ons weerhoudt. Dat het niet goed is dat ons iets weerhoudt. Dat wij die verschuiving kunnen (en moeten) bewerkstelligen.

Met deze veronderstellingen stuurt de begeleider het denkproces stevig een bepaalde kant op. Eigenlijk wordt er voor de groep gedacht. De groep krijgt niet de gelegenheid, voelt niet de noodzaak om zelf te denken. Dat kondigde zich al aan in de voorafgaande fase, want daarin kwam niet de groep met het ijsbergmodel, maar de begeleider. Kortom er wordt niet samen nagedacht, maar de groep gaat ‘nadenken’, in de betekenis van ‘de voordenker navolgen’

 

 

Advertenties

27/02/2013

Nieuwsgierigheid voedt de kernvaardigheden van de dialoog

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 14:43

10-nwf-bug-child-lgAls er al een eigenschap is die je dichter bij een dialogische houding kan brengen, dan is dat wel nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid verondersteld namelijk niet (helemaal) weten.

Nieuwsgierigheid zien we vooral bij jonge kinderen.Nieuwsgierigheid is een natuurlijk onderzoekend gedrag dat leidt tot verkenning, onderzoek, en leren. Helaas betekent nieuwsgierigheid in onze samenleving ook vaak onbescheidenheid of zelfs onbeschaamdheid, waardoor veel mensen deze onderzoekende geest als negatief bestempelen.

Maar laten we eens kijken hoe nieuwsgierigheid de dialoog voedt aan de hand van de 10 kernvaardigheden die Martina en Johannes Hartkemyer noemen in hun boek Die Kunst des Dialogs, kreative Kommunikation entdecken (pag. 38 – 55). We lopen ze één voor één langs.

1. De houding van een lerende aannemen – Een lerende vraagt om openheid, om de nieuwsgierigheid van de beginner en niet de opstelling van de wetende, de expert of professional. In de nieuwsgierige niet-wetende kan ruimte ontstaan om ook eigen denk- en gedragspatronen te onderzoeken, naast die van de ander(en).

2. Radicaal respect tonen – Hiermee bedoelen zij dat respect dat meer vraagt dan alleen een soort tolerantie. Zij zien het als een belangrijk empatisch element dat de opstelling vraagt van  ‘ik accepteer niet alleen wie je bent, maar ik zal ook mijn best doen de wereld vanuit jouw perspectief te zien” Proberen de wereld te zien zoals de ander vraagt ook om een flinke dosis nieuwsgierigheid.

3. Open staan – Het blijft vaak een wat ongrijpbaar begrip, openheid. De Hartkemyers zeggen dat openheid ontstaat wanneer mensen bereid zijn zich voor elkaar te ontdoen van hun overtuigingimg_3076aen en bereid zijn elkaar hun eigen denkwijze mede te delen en deze te laten beïnvloeden door de ander. Ook zeggen zij dat, om deze openheid te kunnen realiseren, er vertrouwen en veiligheid nodig is, om niet gekwetst te worden. Dit gevoel van veiligheid is ook belangrijk omdat in een dialoog het onbekende wordt verkent. Door angst te vervangen door nieuwsgierigheid krijgt de zo belangrijke openheid meer ruimte.

4. Spreken vanuit je hart – Nog zo’n lastige vaardigheid. Alleen praten over over die dingen die je werkelijk aan het hart gaan, die werkelijk belangrijk voor je zijn. Proberen de moed te hebben je werkelijk te laten zien aan de ander. Een flinke dosis nieuwsgierigheid, een willen weten en begrijpen, naar wie je jezelf bent kan daarbij helpen. Op onderzoek gaan in jezelf wat nu echt belangrijk voor je is en waarom.

5. Luisteren – Luisteren betekent ook gehoord worden. Aandacht en erkenning krijgen. Hierdoor groeit het (zelf)respect en de openheid van de andere deelnemers. Als jij luistert, op een actieve manier, en waarneemt wat de ander probeert uit te drukken, verbaal en non-verbaal, dan brengt dat de ander vaak tot een onverwachte creativiteit. Creativiteit met frisheid, diepgang en onverwachte inzichten. Je probeert, nieuwsgierig, waar te nemen wat voor diepere betekenissen er zitten tussen de woorden en zinnen van de ander(en). Dat is luisteren naar de ander.

6. Vertragen – De dialoog biedt de mogelijkheid van een tegenbeweging van rust en verlangzaming in een cultuur waarin snelheid en efficiëntie maatgevend zijn. Het ligt in de natuur van de dialoog dat het communiceren vertraagd wordt. Mensen praten één voor één (niet door elkaar), kunnen rustig uitspreken (vallen elkaar niet in de rede) en krijgen de ruimte en rust om te zeggen wat zij willen. Nieuwsgierigheid helpt mensen gezamenlijk te onderzoeken wat deze vertraging voor hen betekent, wat het oplevert.

7. Opschorten van je vooronderstellingen, aanames en beoordelingen – Wellicht de moeilijkste van de kernvaardigheden van de dialoog. Onze vanzelfsprekende be-curious-not-judgmentalinterpretaties van de werkelijkheid hebben we van kinds af aan eigen gemaakt. We leren, vooral van anderen, dat de wereld zo in elkaar zit, zo mensen zijn, dat normaal is en dat niet en dat je dat moet doen en dat moet laten. Genoeg van deze generalisaties en vanzelfsprekendheden zijn bijzonder nuttig in ons leven, maar net zo veel zitten juist in de weg. Door nieuwsgierig te zijn naar vooral ook jouw eigen vooronderstellingen, aanames en beoordelingen, deze te kunnen parkeren, komt er ruimte voor nieuwe inzichten en betekenisgeving.

8. Constructief redeneren – Een heerlijke eigenschap van de dialoog; mensen delen niet alleen hun standpunten of meningen, maar geven ook aan waar deze vandaan komen, waar ze op gebaseerd zijn. De ander hoeft daar niet om te vragen. De ander deelgenoot maken van jouw eigen denkproces vanuit de houding dat jouw “visie” slechts een mogelijkheid is en niet de waarheid. Van daaruit kun je gezamelijk een voorstelling maken en begrip van zaken ontwikkelen die rijker en vollediger zijn dan die waartoe je in je eentje in staat bent. Nieuwsgierig zijn wat dit samen voorstellen en ontwikkelen oplevert draagt bij aan vernieuwing, creativiteit en transformatie.

9. Een vragende houding hebben – Vanuit de houding van lerende, willen begrijpen, geef sufi spreukje rol van niet-wetende op en kun je d.m.v. onderzoekende vragen proberen beter te begrijpen wat de aandacht heeft. Vragen zijn afgewogen. Mooie overpeinzingen voor je wat vraagt (of iets wilt zeggen)zijn deze vanuit de Sufi’s.

 

 

 

 

 

10. Jezelf als observator observeren – Bij jezelf registreren hoe jij zelf waarneemt. Nieuwsgierigheid helpt je waar te nemen welke gedachten, beelden en gevoelens er in je opkomen als iemand iets zegt of als je iets hoort. Je neemt de reflexen van je denken en voelen waar. Welke reflexgedachten- of gevoelens hangen samen met eerdere gebeurtenissen? Welke horen thuis in de dialoog die je nu met de ander voert? Een nog grotere verlangzaming zorgt voor diepgang en verruiming of verfrissing van de eigen inzichten (die eventueel weer met de ander(en) gedeeld kunnen worden).

Nieuwsgierigheid draagt dus bij aan een dialogisch klimaat waarin mensen elkaar, en zichzelf, mogen ontmoeten, verkennen en ontwikkelen. Misschien draagt nieuwsgierigheid, om de woorden van George Macaulay Trevelyan, een Engels historicus, te gebruiken wel bij aan een échte beschaving; “Belangeloze intellectuele nieuwsgierigheid is het hartebloed van echte beschaving”.

 

 

 

 

25/02/2013

Nederigheid als grondslag voor een dialoog.

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 10:56

being-humbleEen van de valkuilen tijdens een dialoog is dat er op een moment toch een discussie ontstaat. Een moment dat de verschillende visies of perspectieven een reactie van veroordeling oproept, waarbij de ander zich geroepen voelt om zijn of haar visie te gaan verdedigen. Wat kan helpen dit moment te voorkomen is het aannemen van een houding van nederigheid bij de deelnemers aan de dialoog.

Nederigheid is een eigenschap die er voor zorgt dat een dialoog de kans krijgt zich te ontwikkelen op weg naar verdieping en begrip. Nederigheid is bij mensen een houding of eigenschap die zich kenmerkt door weinig voor zichzelf te eisen en zichzelf niet op de voorgrond te plaatsen, en afkeer van gebruik van macht of aanvaarden, laat staan opeisen, van eer. Nederigheid is niet te combineren met egoïsme of egocentrisme. Nederigheid dient niet verward te worden met gebrek aan zelfwaardering of onderdanigheid.

Die nederige houding is meer dan ooit nodig om impact te krijgen. Want ze zal anderen aanzetten om met veel energie initiatieven te nemen. Hoe kan je zo’n nederige houding aannemen? Door oprecht gemeend “dank je “ te zeggen, door je woorden en daden te laten overeenstemmen, door bereidheid te tonen om bij te leren, door na een geschil als eerste de stap te zetten tot verzoening, door niet dadelijk uit je slof te schieten als iemand een fout maakt, maar eerst te zeggen dat missen menselijk is, door te aanvaarden dat iemand anders misschien een beter idee of visie heeft dan jij, door de tijd te nemen om te luisteren

Nederigheid doet ons op de eerste plaats onze eigen fouten en stommiteiten erkennen. Dan hebben we de juiste gesteldheid om begrip te hebben voor andermans gebreken en zijn we in staat hen met succes te helpen. In die gesteldheid zullen we ook van hen kunnen houden, met hun tekortkomingen. Nederigheid, sterk verwant aan bescheidenheid, is het tegenovergestelde van hoogmoed of arrogantie.

Maar nederigheid moet altijd samengaan met gezonde stoutmoedigheid. “Met de stoutmoedigheid alleen, loopt men het risico de andere te verpletteren, met de nederigheid alleen, loopt men het risico helemaal niets te doen.” (Dennis Gira). Stoutmoedigheid staat dan voor speels kritisch zijn naar jezelf en de ander, van platgetrapte paden af durven stappen, durven verkennen wat je niet kent, kinderlijk nieuwsgierig zijn, avontuurlijk durven zijn, ondernemend en vrijmoedig. Nederigheid gebruiken we dan als Linda Kohanov het zegt; als de moed om te voelen, de wil om kwetsbaar te zijn en de wijsheid van alle levende wezens te aanvaarden.

humilityis9Nelson Mandele zegt het treffend wanneer hij over leiderschap spreekt;” Wees nederig en deel de eer.U bent als leider ook maar een mens. Fouten maken hoort er dus bij. Belangrijk is die fouten te erkennen. Zo laat u niet alleen uw menselijke kant zien, maar kweekt u ook meer vertrouwen. ‘Nederigheid trekt aan en inspireert. Arrogantie doet dat niet.’ Deel ook de eer met de mensen die voor u werken, anders raakt u na verloop van tijd hun steun kwijt”

Of zoals Sister Chan Khong (1938) vredesactiviste tijdens de Vietnamoorlog zei;”Kijk dieper door te mediteren. Meditatie leert je nederig te zijn over je waarnemingen. Om dieper te kijken. Dieper te kijken naar dingen zodat we hun werkelijkheid dichter kunnen benaderen. We moeten niet al te zeker zijn van onze kennis. Als je nederig en open bent leer je elke dag iets nieuws”.

Nederigheid is een houding die je helpt alles en anderen als gelijkwaardig te zien en dat is waar een dialoog op leeft. Zoals Eckhart Tolle zegt;” In wezen ben je niet beter of minder dan iemand anders. Uit dat inzicht komen echt zelfrespect en echte nederigheid voort”.

Nederheid is de grondslag van alle deugden en van de dialoog.

Ken Blanchard zegt;” Nederigheid betekent niet dat je minder over jezelf denkt, maar minder aan jezelf. En dat kun je ervaren tijdens een dialoog op het moment dat je zo diep betrokken bent bij wat de ander probeer te vertellen, dat je minder aandacht hebt voor dat gebabbel in je hoofd.

 

11/02/2013

Vertragen om te versnellen?

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 11:23

090528_morningritualOp de homepage van de vernieuwde website www.mensindialoog gebruik ik de slogan “vertragen om te versnellen” als  een krachtige eigenschap van de dialoog. Maar wat is die meerwaarde daarvan dan? Laten we daar eens naar kijken.

We weten allemaal hoe snel ons ‘krijgen van gedachten’ is (er wordt zelfs verondersteld dat deze snelheid hoger ligt dan die van het licht, maar dat terzijde). Deze gedachtenstroom, die we in de volksmond vaak denken noemen, staat vaak diep luisteren naar de ander in de weg. Het wordt verstoord door het luisteren naar het gebabbel in ond hoofd. Misschien ken je ervaring wel dat we werkelijk luisteren naar onze gedachten, je hoort jezelf praten in je hoofd. Misschien heb je er zelfs wel eens wakker door gelegen, terwijl je zo graag wilde slapen. Je aandacht bleef maar naar die slaapverstorende gedachtenstroom van woorden gaan. De vertraging waar ik het over heb in de slogan is gekoppeld aan onze aandacht. Het eerste dat je vanuit aandacht kunt bereiken is vertraging van deze gedachtenstroom. Waarom is dat dan belangrijk in een dialoog? Op een gegeven moment ben je zo vaardig geworden in het vertragen van de gedachtenstroom dat je er steeds minder aandacht voor nodig hebt om het voor elkaar te krijgen. Het gaat dan bijna vanzelf, je laat je er niet meer door constant door beïnvloeden. Al die aandacht kun je nu aan het luisteren naar de ander besteden, wat de ander zegt wat met wat die zegt. Er komen dan waarschijnlijk geen reactieve vragen of opmerkingen (met een verstopt oordeel) in je op, maar eerder verhelderingsvragen om wat de ander zegt nog beter te kunnen begrijpen. Wat je dus versnelt met de vertraging van de gedachtenstroom is het begrijpen van de ander. Kun je je voorstellen hoe dat is als alle dialoogdeelnemers dat doen? Niet meer reactief ingaan op wat de ander zegt, maar diep luisteren naar de ander en dan diep luisteren naar wat je gedachten daarop te zeggen hebben en dan pas kiezen welke gedachten je weer met die ander wilt delen. Op de momenten dat je naar jezelf luistert is het dus stil. Deze stiltemomenten kenmerken een dialoog. Geen stiltemomenten betekent al snel een woordenpingpong tussen deelnemers, het slechts uitwisselen van gedachtenstromen.

De tweede vertraging die je in kunt zetten met de deelnemers aan een dialoog is te kiezen voor ontwikkelingsgericht in plaats van doelgericht. Doelgericht hebben we geleerd als een efficiënte manier om zaken aan te pakken. Helaas blijkt vaak dat het te bereiken doel niet echt van ons allemaal is, of niet duidelijk, niet helder genoeg. Doelgericht (als we het er wel over eens zouden zijn) in de zin van A naar B, gaat vaak voorbij aan de mogelijkheden C, D en vele anderen. Te veel focus sluit uit. Te doelgericht levert vaak een variant op van wat we al hadden. Ontwikkelingsgericht, in de zin van constant kijken naar en bijsturen van het zich ontvouwende proces, kan wellicht langer duren, maar levert uiteindelijk een breder gedragen eindpunt op voor de deelnemers, of dit nu A of G is. Daarnaast levert het geen verandering op maar eerder een vernieuwing. We komen hier later dieper op terug wanneer we het U-model van Otto Scharmer gaan bespreken.

Een andere belangrijke vertraging is die van tijd. We leven nog steeds met het idee dat, omdat tijd geld is, er zo weining mogelijk tijd gebruikt moet worden voor gesprekken. Maar gesprekken die er toe doen, die betekenis hebben en een grote invloed kunnen hebben op progressie vragen nu eenmaal tijd. Deelnemers kunnen pas ervaren dat ze er toe doen, dat hun verhalen belangrijk zijn en hun visie medebepalend is voor het eindresultaat als er ruim naar hen geluisterd wordt. Diepgang vindt pas plaats na enig graafwerk. Wees voorbereid dat een dialoog niet meteen het resultaat oplevert dat je er van had verwacht (verwachtingen zitten zowiezo snel in de weg). Als het onderwerp voor de deelnemers belangrijk is dan zijn zij echt bereid daar tijd in te stoppen en dient het eindpunt zich vanzelf wel aan. De investering aan tijd wordt ruimschoots terug verdiend door de tijd die een gedragen eindpunt oplevert. Deelnemers kunnen zich allemaal herkennen in datgene dat uit de dialoog is tevoorschijn gekomen en alle onduidelijkheden en wrijvingspunten zijn in de dialoog al aan bod geweest.

Resumerend heeft de versnellende vertraging in dan ieder geval drie voordelen:

1) Door vertraging van gedachten ben je beter in staat de ander te horen en is de mogelijkheid dat je begrijpt wat de ander wilt zeggen en bedoeld eerder aanwezig.

2) Door niet op het doel af te willen hollen bereik je sneller een eventueel doel.

3) Door meer tijd te investeren in een dialoog bereik je meer tijdwinst in het (werk)proces) na de dialoog.

Mocht ik meer voordelen ervaren in de toekomst dan zal ik dat zeker weer melden en als jullie toevallig nog een voordeel in vertraging zien, dan hoor ik dat natuurlijk graag.

08/07/2012

Stiltes in dialoog, verdieping of halfslaap

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 11:34

Het belang van stiltes en vertraging wordt vaak genoemd als een van de krachtigste uitgangspunten op weg naar een goede dialoog. Nog steeds lukt het me maar zelden om die vreedzame ondertoon binnenin mijn hoofd (en lijf) te vinden. Ik moet denken aan die keer dat ik een 10-daagse  Vipassana-meditatie  (een eenvoudige, praktische en non-sektarische techniek, die de beoefenaar in staat stelt door middel van zelfobservatie  zelfkennis te verwerven) deed. Elke meditatie (10 maal per dag) begon met de rustige woorden uit een primitieve cassetterecorder: “Start again with a quite mind”. En dat is best lastig. lastig om die constante stroom van gedachten, die je eigen hoort in je hoofd, te negeren en geen aandacht te geven, of in ieder geval oppervlakkig zonder er in te verdrinken.

De stilte in een dialoog zijn bedoeld om niet meteen de eerste gedachte die in je opkomt met de ander(en) te delen. Maar vraagt je in stilte af te wegen of de gedachte, die je aangereikt krijgt uit je mind, wel waardevol genoeg is om uit te spreken binnen de dialoog die je op dat moment voert. Terwijl je dit afweegt krijg je natuurlijk al weer andere gedachten die de afweging verstoren. Hoe kun je dan tot een goede afweging komen zou je zeggen. Dat is volgens mij meer dan weten. je voelt tot in je vezels dat wat je wilt zeggen van meerwaarde is voor jou, de anderen en de dialoog die op dat moment gevoerd wordt.

Een gedicht van Bo Baden verwoordt dat sterk.

                           TOEN STILTE BINNENKWAM

                           Ik hoorde stilte binnenkomen op een onbewaakt moment

                          Verroerde me niet, het ademen nauwelijks hoorbaar

                          De stilte nam plaats in een stoel tegenover me

                          En zweeg

                          Ik wist niet goed wat te zeggen en besloot me te spiegelen aan haar

                         Zo zaten we woordloos gedachteloos

                         En alles werd gezegd en alles werd gezegd

Die stilte, zeker als die door alle deelnemers aan de dialoog wordt gezocht, geeft toegang tot het nieuwe, het onontdekte, de ontwikkeling waar we naar op zoek zijn in een dialoog.

Maar diezelfde stilte kan ook anders uitpakken. Op weg naar die plek van stilte glijdt langzaam de aandacht naar de gedachtestroom als geheel. We zijn niet aandachtig genoeg om de gedachten te interpreteren, maar vinden het fijn om meegenomen te worden op de stroom van teksten. We mijmeren genoeglijk op wat onze geest produceert. Van buitenaf ziet niemand dat we niet in contemplatie zijn, maar een hazenslaapje aan het opstarten zijn. Een gefronste wenkbrauw doet ons zelfs serieus denkend overkomen.

De quote op het plaatje kan derhalve aangevuld worden:

Speak only when you feel your words are better than your silence, or stay silent and fall asleep

25/06/2012

Dialoog met kinderen? Doen!

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 15:19

Regelmatig vragen mensen tijdens of na trainingen dialoog voor pubers/ adolescenten aan me of je ook met  kinderen onder 12 jaar in dialoog kan. Natuurlijk kan dat, maar er is enig onderscheid. Kinderen onder de 12 hebben nog niet een volgroeide frontale cortex, oftewel hun abstractievermogen moet zich nog verder ontwikkelen. Wij kunnen dat wel, abstraheren, en nemen dus snel aan dat het begripsvermogen van kinderen groter is dan we zouden vermoeden. Op de website van Kinderfilosofie wordt mooi uitgelegd waar de meerwaarde van dialoog met kinderen zit. Ik heb de meerwaarde voor het gemak cursief gemaakt.

“Kinderfilosofie is gericht op het leren verwoorden van je eigen wereldbeeld, hoe het komt dat je denkt zoals je denkt. Dit gebeurt in dialoog.
Het betekent zowel het analyseren van je eigen gedachten, hoe ze verschillen van anderen, als ook het nadenken over speculatieve vragen. Filosoferen begint altijd met het stellen van vragen. Waar gaat het over? Over wat denken is, wat het leven is en of het de moeite waard is, hoe je moet leven, wat geluk is. Maar ook over uitslovers, stoer doen, overbevolking, mooie dingen, de beste vaders, of opvoeding nodig is, kortom over vragen die we samen de moeite waard vinden om te stellen en onderzoeken.

De filosofieles is een van de weinige momenten waarin het actieve denken en de resultaten daarvan voor kinderen echt ter zake doen. Het gaat niet om het vinden van de ‘juiste’ antwoorden, maar om het ontwikkelen van denkvaardigheden en een eigen zienswijze. Kinderen leren ervaren dat hun argumenten er toe doen ofwel serieus genomen worden. Het is een gegeven dat er vragen bestaan, waarop niet makkelijk een antwoord te vinden is. Het leren argumenteren is een activiteit die nauwelijks binnen de basisschool wordt ontwikkeld. Uitgangspunt hiervoor moet zijn: het eigen denken van kinderen”.

Piaget de ontwikkelingspsycholoog stelt dat kinderen in de leeftijd van ± 7 tot ± 11 jaar de derde fase ingaan , de  concreet operationele fase.In deze fase is het kind minder egocentrisch. Het kind ontdekt dat er verschillende manieren van kijken zijn en dat een ander kind een ander gezichtspunt kan hebben. Het “magisch denken”  van de vorige fase, maakt in deze fase plaats voor logisch redeneren.

Juist het zien en leren dat anderen er andere perspectieven op na houden is volgens mij een van de grootste meerwaarden van dialoog/ filosofie met kinderen. Begrip krijgen voor het feit dat zaken ook anders kunnen zijn dan hoe jij denkt dat ze zijn. Wat zou onze samenleving er anders uitzien als wij volwassenen gesprekken zouden voeren waarin alle deelnemers serieus genomen worden en we tegelijkertijd begrijpen dat ook zij, net als wij, maar een heel beperkt perspectief hebben. Dat we samen denkend en pratend dichter bij een logische redenering zouden komen. Logisch redeneren met een magisch karakter krijg je dan volgens mij.

31/05/2012

Waarom is dialoog toch zo moeilijk?

Filed under: Gedachten over dialoog — mensindialoogblog @ 14:15

Onze blik wordt vertroebeld door ons verleden. We kunnen gewoon niet onbevangen naar de wereld kijken omdat ons brein alle indrukken meteen vergelijkt met zaken uit het verleden. We kijken daarnaast niet alleen gekleurd naar buiten, maar ook naar binnen. Hoe je met je iegen gedachtenstroom omgaat is ook weer afhankelijk van hoe je geleerd hebt (of jezelf geleerd hebt) dat te doen. Best ingwikkeld dus om ook zonder oordeel naar iemand te  luisteren. Ook je eerste reactie niet meeteen pakken en gebruiken is moeilijk. We komen hier later op terug.

Image

 

Blog op WordPress.com.